Plannen helpt niet

Wie alles van te voren weet, kan met een dubbeltje de wereld rond. Op een mythe als deze lijkt het fenomeen financiële planning gebaseerd. Deze dienst houdt in dat een deskundige je inkomsten, uitgaven, vermogen, risico’s, kansen en wensen inventariseert. Daaruit prognosticeert hij je financiële toekomst, signaleert risico’s en doet aanbevelingen. Volg je die raad op –vastgelegd in een rapport met uitleg, cijfers en grafieken- dan zou je financieel zorgeloos leven, ondanks ingrijpende ‘live events’ als gezinsuitbreiding, arbeidsongeschiktheid, pensioen, inkomensverlies, de opzet van een eigen zaak, een huwelijk, relatiebreuk of het overlijden van een partner.

Tweemaal is een financieel plan voor me gefabriceerd. Volgens het eerste, uit 1993, zou ik een flink deel van mijn inkomen en bezit decennialang moeten doorsluizen naar een beleggingspolis met, volgens de planner, een verwacht rendement van 7,5% per jaar. Het tweede plan uit 1998 inventariseerde mijn (toekomstige) inkomsten, uitgaven, bezit en pensioensituatie. Om mogelijke tekorten te bestrijden werden mij een nabestaandenvoorziening, een arbeidsongeschiktheidspolis en een spaarpolis voor mijn kind aangepraat. Dat vond ik opportunistisch, inflexibel, te duur en sterk onderhevig aan de heersende (fiscale) mode. Ik heb niets met het advies gedaan.

Tegen financiële planning heb ik twee grote bezwaren. De eerste is dat een planner geldzaken aanpast aan een geprognotiseerd leven. Maar ondertussen is de toekomst –zeker als je jong bent- onvoorspelbaar als het weer in april. We gaan scheiden, emigreren, ondernemen of failliet. Ook een erfenis, gezinsuitbreiding, baanverlies of nieuwe (fiscale) regels veroorzaken dat een planning sneller rijp is voor de afvalbak dan verse vis. Er is een betere weg. In plaats van geldzaken krampachtig af te stemmen op een voorspelling, is het logischer, passender en avontuurlijker als je het omgekeerde doet: leer je leven aan te passen aan je financiële eb en vloed.

Mijn tweede bezwaar tegen planning is dat het onbedoeld vaak nieuwe risico’s in huis haalt. Een planner bespaart de klant namelijk graag geld. Hierdoor gaat de deskundige je geldzaken optimaliseren en reorganiseren. Geld mag niet luieren op een spaarrekening. Het moet optimaal ‘werken’ in een belegging, pensioen, polis of een verhypothekeerd eigen huis. En voor dat huis moet je maximaal lenen, want je prognose predikt dat je goed blijft verdienen. Stilzwijgend accepteren planner en klant dat een glanzend rapport met grafieken risico’s voorspelbaar en behapbaar maakt. Tot het leven –zoals vaak- een andere route neemt.

Ren dus hard weg van planners die je financiën gaan optimaliseren. Bouw liever zelf een levensreserve. Dat is een pot geld op de bank, in beleggingen, een eigen huis of bedrijf. Of expertise die om te zetten is in geld. Zo’n persoonlijke oorlogskas is multi-inzetbaar, en vervangt een eindeloze reeks specifieke geldproducten zoals een pensioenaanvulling, studiereserve, overlijdensrisico-, arbeidsongeschiktheids- of uitvaartpolis, een potje voor een verbouwing, wereldreis, schenkingen aan kinderen of wat dan ook. Zo’n privé-buffer versterkt ook onafhankelijkheid. Want een (paar) ton op de bank of in je huis doet iets met je. Als de hypotheekrente stijgt, slaap je als een roos in je (grotendeels) afbetaalde woning. En als je auto het begeeft, betaal je een nieuwe uit je pechreserve. Verlies je je baan, dan begin je voor jezelf. Alleen zo kun je leven zoals het is bedoeld: onafhankelijk, flexibel, redelijk zorgeloos en niet te duur. Deze aanpak bespaart ook nog advieskosten. Wat wil je nog meer?

Robuustheid

Volgens de Amerikaanse risico-analist Nassim Nicholas Taleb, auteur van het essay Over Robuustheid, leert de natuur ons hoe we financiële risico’s kunnen indammen. Moeder Natuur houdt namelijk van overvloed. Ze verzag de mens royaal van twee nieren, twee longen, twee ogen en oren en veel meer hersencellen dan strikt nodig is. Dat zou een econoom of adviseur nooit toestaan! Minimaal één nier ging eruit. Misschien wel twee, om ze te leasen als het nodig was. Ook het rendement van ogen werd opgekrikt: Als je slaapt, kun je die toch verhuren? Natuurlijk niet. Als je een oog verliest, fungeert de tweede als een reserveonderdeel. Overvloed creëert extra zekerheid.