Meet inflatie zelf

By 0 , Permalink 0

In studies lijkt de economie een geheel. In werkelijkheid is het een vat vol tegenstrijdigheden. Want de economie is van ons allemaal. Van economen, beleidsmakers, wereldleiders, beursgoeroes, ondernemers en journalisten. Maar ook van werklozen, werknemers, zzp’ers, gepensioneerden, studenten, huismannen en -vrouwen. Allemaal willen ze hun deel, maar allemaal wat anders. Beleggers verlangen stijgende beurskoersen, spaarders goede rentes, de overheid stabiele inkomsten en uitgaven, werknemers stijgende lonen, gepensioneerden waardevaste uitkeringen, verkopers flinke winsten en consumenten een groeiende welvaart bij betaalbare prijzen.

Overheden hebben een middel gevonden dat alle belanghebbenden redelijk tevreden houdt: een inflatie van zo’n twee procent per jaar. In zo’n situatie kunnen de lonen elk jaar omhoog, terwijl consumenten blijven kopen, want bij uitstel betalen ze meer. Ook lijkt lenen bij inflatie minder riskant. Want de waarde van schulden slinkt erdoor –althans dat hopen huizenkopers- terwijl een investering of aankoop, bijvoorbeeld een huis, mogelijk meer dan de inflatie stijgt.

Maar met de inflatie –de stijging van het algemene prijspeil- wil het de laatste jaren niet vlotten, ondanks ingrijpende maatregelen van de Europese Centrale Bank (ECB). Afgelopen juli was de door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) gemeten inflatie min 0,3 procent. Het leven werd dus niet duurder, maar goedkoper. Diverse economen denken zelfs dat het algemeen prijspeil al langer daalt, omdat statistici de inflatie stelselmatig overschatten. Dat komt doordat onze welvaart ook stijgt door verworvenheden die niets of weinig kosten. Zo zijn de hoge telefoonkosten uit de jaren negentig vervangen door (bijna) gratis communicatie via bijvoorbeeld Skype, e-mail en WhatsApp. Ook apparaten bieden steeds meer technische kwaliteit voor hetzelfde geld. En verder shoppen hordes Nederlanders voordelig bij Action, Aldi of in de uitverkoop. Ook de opkomst van de deeleconomie kan het algemene prijspeil verder drukken.

In 1997 heeft de Amerikaanse commissie Boskin onderzoek naar ‘de echte’ inflatie gedaan. Men concludeerde dat de geldontwaarding jaarlijks met 1,1 procentpunt wordt overschat. Als dat zou opgaan voor Nederland, dan leven we al jaren met deflatie, want in 2014 en 2015 was de door het CBS gemeten jaarinflatie maar 0,7%. Toch klagen vooral ouderen steen en been dat alles duurder wordt. Volgens FNV-senioren hebben ouderen sinds het begin van de crisis flink aan inkomen ingeleverd. Bij een overschatte inflatie van 1,1 procentpunt per jaar lijkt dat erger dan het is, omdat het prijspeil de laatste jaren is gedaald. Mogelijk kampen senioren met gevoelsinflatie: ze denken dat de prijzen sterker stijgen dan in werkelijkheid het geval is. Die emotie gierde ook door Nederland na de invoering van de euro in 2001.

Voor een individuele huishouding is inflatie sowieso een raar en verwarrend begrip. Het CBS berekent deze index op basis van een standaard consumentengoederenpakket. Maar wij zijn geen doorsnee CBS-burgers. De een eet biologisch, een volgende rookt, heeft een duur huis, drinkt en shopt er op los of is juist consuminderaar. Je hebt veel meer aan een persoonlijke inflatie. Dat is het percentage dat uw huishouden meer of minder uitgeeft aan levensonderhoud dan vorig jaar. De enige die deze huiskamerinflatie kan meten en beïnvloeden bent u zelf. Stel u bent een gepensioneerde 71-jarige met gevoelsinflatie. U stopt daarom met alcohol en tabak, en verruilt de auto voor een fiets. Uw kosten van uw levensonderhoud dalen dan met bijvoorbeeld 10 of 20% vergeleken met vorig jaar. Door zo’n zelf veroorzaakte deflatie kan (vermeende) verloren koopkracht eigenhandig worden teruggehaald.

1,9% per jaar

Volgens het CBS stegen diensten de afgelopen twintig jaar bijna tweemaal zo hard in prijs als goederen. Gemiddeld werden diensten, zoals horeca, huren en vervoer, sinds begin 1996 bijna 60 procent duurder. Een uitzondering zijn communicatiediensten. Die werden in twintig jaar tijd een kwart goedkoper. Goederen zoals auto’s en voeding stegen sinds 1996 ruim 30 procent in prijs. Energie werd veel duurder. De energierekening steeg in de periode 1996–2016 met 130 procent. Volgens het CBS steeg het algemeen prijspeil in Nederland tussen 1996 en 2016 met gemiddeld 45 procent. Dat is gemiddeld 1,9% per jaar.