Leer van de brexit en voorkom een rexit

By 0 Permalink 0

Na een ‘huwelijk’ van 43 jaar heeft het Verenigd Koninkrijk (VK) Europa de wacht aangezegd. Dit ondanks berekeningen vooraf dat een breuk peperduur zou zijn. Het Britse ministerie van Financiën becijferde dat de brexit het VK 500.000 banen zou kosten en het Britse bruto binnenlands product met 3,6 procent zou laten krimpen. Daarnaast zouden de lonen, de koers van het Britse pond en de huizenprijzen dalen, terwijl de inflatie naar verwachting zal stijgen. Ook Nederland, een belangrijke handelspartner van het VK, zal volgens de prognoses flink onder de brexit lijden. Het Centraal Plan Bureau (CPB) voorspelde dat de schade in 2030 kan oplopen tot 1,2 procent van de Nederlandse economie. Dat is zo’n 10 miljard euro.

De brexit is een waarschuwing voor gehuwden die van elkaar af willen. Want ook een relatie-einde -een rexit- is peperduur. Toch gaat een gestegen aantal koppels uit elkaar. In 2014 gebeurde dat volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek 35 duizend keer, 5 procent meer dan het jaar ervoor. Al die scheidende stellen maken om te beginnen notaris- en advocaatkosten. Dat laatste loopt op als de breuk in een vechtscheiding ontaard. Verder zijn er verhuiskosten. En de makelaarsrekening, als de gezamenlijke woning moet worden verkocht. Mogelijk komen daar afkoopkosten en beleggingsverliezen bij, als het duo af moet van hun spaar- of beleggingshypotheek. En eventueel een resthypotheekschuld. Maar het meest in de papieren lopen de toekomstige extra kosten van levensonderhoud. Een gescheiden koppel betaalt twee huizen, twee woninginrichtingen, dubbele energie-, telefoon- en internetnota’s, twee keer gemeentebelastingen, twee vakanties, mogelijk twee auto’s enzovoort.

Hoe dat aantikt, valt af te leiden uit een rekensom die bijzonder hoogleraar sociale demografie Jan Latten in 2004 maakte. Hij becijferde dat twee singles die gaan samenleven, bovenop één salaris, maar 38 procent extra inkomen nodig hadden om met zijn tweetjes even riant te leven als voorheen. Hadden ze dus eerst elk €20.000 te besteden, dan hadden ze samen genoeg aan €27.600. De rest, €12.400 per jaar, was welvaartswinst. Maar bij een echtscheiding, de tegenvoeter van een huwelijk, werkt deze berekening omgekeerd. Als dit koppel van €40.000 na hun scheiding even luxe wil blijven leven, dan hebben ze elk misschien wel €25.000 (samen €50.000) nodig. Ze moeten dus inleveren, tenzij ze extra gaan verdienen. Dit kostbare lot treft een op de drie huwelijken. Het gaat om 70.000 partners per jaar.

Voor koppels zonder vermogen wiens eigen huis onder water staat, is scheiden een luxe die slechts betaalbaar is met de Nationale Hypotheek Garantie (NHG). Heb je die –een absolute aanrader- dan betaalt het Waarborgfonds Eigen Woningen (WEH), onder voorwaarden, de restschuld na een echtscheiding. Maar lang niet elke huis-met-hypotheek-eigenaar heeft NHG. Creativiteit kan helpen, zo lang je elkaar de hersens niet inslaat. Geef elkaar de ruimte. Hij kan misschien boven wonen en zij beneden. Zij kan mogelijk meer nachtdiensten draaien, terwijl hij overdag werkt. Hij kan zich laten uitzenden naar het buitenland. Het stel kan ook een kamer of caravan huren. Hij woont daar door de week, zij in het weekend, en de kids altijd bij een van de ouders in het huis. Al die dingen vergen minder geld, maar wel goede afspraken. Relatietherapie kan helpen om eruit te komen. Soms kruipt een koppel daarna weer efficiënt en voordelig bij elkaar. Of dat de Britten en de Europeanen nog lukt, is vooralsnog de vraag.

15 jaar

Het doorsnee scheidend echtpaar is 15 jaar samen geweest, becijferde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) over 2014. Dat is een jaar langer dan in 2004. In 2014 vond 30 procent van de echtscheidingen plaats na een huwelijk van meer dan 20 jaar, in 2004 was dat nog een kwart. Ook de gemiddelde leeftijd waarop mensen scheiden is gestegen. Bij mannen nam deze tussen 2004 en 2014 toe van 43 naar 46 jaar, bij vrouwen van 40 naar 43 jaar. Steeds meer mensen die scheiden zijn 50 jaar of ouder. In 2014 was dat een derde, tien jaar daarvoor een vijfde. Dit komt mede doordat we steeds