Wie alleen staat, moet creatief zijn

In Amsterdam en Utrecht bestaat meer dan de helft van de huishoudens uit één persoon. En in Rotterdam en Den Haag bijna de helft. Die piepkleine leefeenheden zijn een brede trend. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) zal in 2050 meer dan de helft van alle Nederlandse huishoudens het predicaat alleenstaande of alleenstaande ouder dragen. Dit feit creëerde al een markt van eenpersoonsmaaltijden, alleenstaandenreizen en -feesten, microappartementen en datingwebsites. Ook de overheid heeft regelingen die alleenstaanden ondersteunen. Toch ontvang ik regelmatig verontwaardigde teksten als: “Alleenstaanden worden altijd het zwaarst belast en maken het minst gebruik van veel faciliteiten” of “Schrijf nou eens over alleenstaanden. Die draaien op voor alle kosten, en worden bovendien door de overheid poten uitgedraaid.”

Hebben de klagers gelijk? Ik neig naar ja. Al kun je de overheid niet overal de schuld van geven. Zo is alleen leven nu eenmaal inefficiënt en dus relatief duur. Want elke alleenstaande heeft eigen woonlasten, een eigen energie- en internetrekening, en mogelijk een eigen auto en/of extra uitgaven voor sociale contacten zoals dating. Volgens vers onderzoek van datingsite Lexa was een doorsnee dater daar vorig jaar €523 aan kwijt. Ook diensten als hotelkamers zijn vaak duurder voor alleenstaanden. En voor verzekeringen, zo ontdekte de Consumentenbond recent, betalen alleenstaanden soms evenveel of zelfs meer dan stellen!

Voor sommige groepen alleenstaanden springt de overheid in de bres. Zo krijgt een alleenstaande AOW’er 45 procent meer AOW dan een samenwoner. Verder verwent de fiscus alleenstaande ouderen met weinig inkomen met de alleenstaandeouderenkorting (€438). En een alleenstaande ouder met minderjarige kinderen en hooguit €20.109 inkomen heeft recht op maximaal €3.176 extra kindgebonden budget per jaar.

Deze (fiscale) douceurtjes gelden slechts voor een beperkte groep alleenstaanden. Veel belastingvoordeel vergt namelijk een huisgenoot, bijvoorbeeld in de vorm van een fiscale partner. Pas dan kun je posten als vermogen, betaalde partneralimentatie, specifieke zorgkosten, studiekosten, onderhoudskosten voor een rijksmonumentenpand, giften, het saldo van de inkomsten en aftrekposten van de eigen woning en het restant persoonsgebonden aftrek over vorige jaren zo gunstig mogelijk over twee mensen verdelen. Ook de kamerverhuurvrijstelling vergt dat je je huis met een ander deelt: als je een kamer verhuurt voor maximaal €5.164 (2017) is de hele opbrengst belastingvrij.

Een van de grootste nadelen voor alleenstaanden zit ingebakken in onze erfbelastingregels. Als een kinderloze, alleenstaande weduwe haar huis van vier ton wil nalaten aan haar nichtje of boezemvriendin, moet die daar €147.000 erfbelasting over afrekenen. Een (pleeg)kind betaalt veel minder, zo’n €64.000. En voor de echtgenoot of geregistreerde partner is een nalatenschap tot €638.089 zelfs helemaal belastingvrij. Nóg meer bevoorrecht zijn goede doelen met ANBI-status. Zij steken elke erfenis, ongeacht de omvang, belastingvrij in hun zak.

Onder de huidige wetgeving kunnen alleen drastische kunstgrepen zorgen dat een nichtje of vriendin fiscaalvriendelijk van een alleenstaande erft. Eén oplossing is dat de dames op één adres ingeschreven gaan samenwonen met een contract waarin staat dat ze de kosten van de huishouding delen. Dan genieten ze na zes maanden samenwonen de hoge partnervrijstelling voor de erfbelasting. Een snellere, maar ingrijpender methode is dat tante en haar nichtje -zodra ze 18 is- een geregistreerd partnerschap aangaan. De erfenis valt dan meteen onder de partnervrijstelling van ruim zes ton en wordt dus belastingvrij. Dat is creatief en scheelt bijna anderhalve ton aan erfbelasting. Maar dan ben je wel met je tante ‘getrouwd’….

Levensverzekering

Soms biedt een overlijdensrisicopolis een oplossing voor een tante die haar woning wil nalaten aan een nichtje zonder vermogen. Het nichtje moet dan een overlijdensrisicoverzekering afsluiten die ongeveer de erfbelasting over het huis uitkeert als tante overlijdt. De premie kan tante jaarlijks (tot €2.129 belastingvrij) aan het nichtje schenken. Als tante overlijdt, kan de nicht de erfbelasting van de verzekeringsuitkering betalen. Een nadeel van deze oplossing is dat tante aan de regeling moet meewerken. Een ander minpunt is dat levensverzekeraars een ‘eindleeftijd’ hanteren, waarboven iemands leven niet langer te verzekeren valt. Bij de meeste verzekeraars ligt dit deze leeftijd tussen de 70 en 80 jaar.