Pas op voor taalgoochelaars

‘What’s in a name?”, vraagt Julia in Shakespeare’s ‘Romeo en Julia’. Want zij houdt van Romeo, ongeacht zijn naam. Dat klinkt sympathiek en logisch. Toch werkt het in de echte wereld vaak precies andersom. Daar is een naam vaak alles. Want een slim gekozen term doet wonderen voor de promotie van een product, dienst of idee. Politici, heersers en verkopers van alle tijden gebruik(t)en dan ook graag woordentrucs om ideeën, producten en diensten aan de man te brengen.

Ook financiële aanbieders hebben zich de afgelopen decennia ware taalgoochelaars getoond. Vooral vóór 2008 –het hoogtepunt van de kredietcrisis- kende hun fantasie geen grenzen. In de jaren negentig gaven ze aandelenleasecontracten hebzuchtopwekkende titels als WinstVerDriedubbelaar, VermogensVersneller of KoersWinstStapelaar. Woekerpolissen gingen over de toonbank met misleidende namen als Flexibel Verzekerd Beleggen, Toekomstzeker Plan, Hollands Welvaren select of studieverzekering –alsof het product je verzekerde van een diploma. Ook de bedenkers van gestructureerde beleggingsproducten tonen verbeeldingskracht. Zij brachten en brengen klanten het hoofd op hol met productnamen die winstzekerheid suggereren, zoals Yield magneet note, Biotech Bull Certificaat, Outperformance Bonus Note of AEX Airbag Accelerator.

De tijd heeft geleerd dat een flitsende productnaam geen garantie is voor winst. Toch zijn sommige producttermen zo slim gekozen dat hordes Nederlanders er, decennia na de introductie, nog net zo heilig in geloven als een Vietnamees in de geneeskracht van neushoornpoeder. Een voorbeeld van zo’n term is ‘aflossingsvrije hypotheek’. Dit klinkt alsof je de schuld nooit hoeft af te betalen. In werkelijkheid geldt aflossingsvrij alleen ‘tijdens de contractduur’. De meeste geldverstrekkers eisen dat de huiseigenaar aan het einde van de looptijd -meestal 30 jaar- de totale hoofdsom -pats boem- volledig terugbetaalt.

Toch heeft zo’n 30% van alle woningbezitters momenteel onbekommerd een aflossingsvrije hypotheek lopen. Dat is zorgelijk, want je kunt 30 jaar na het afsluiten op legio manieren problemen krijgen. Je bank wil bijvoorbeeld de hele hoofdsom terug, maar dat heb je niet, bijvoorbeeld omdat de woekerpolis in je hypotheek een kostenvretend monster is. Ook kunnen je woonlasten 30 jaar na het afsluiten van de hypotheek exploderen, want je mag hypotheekrente maximaal 30 jaar lang fiscaal aftrekken. Als dan ook je pensioen tegenvalt, is de ramp compleet.

Maar niets is zo naïef als de aflossingsvrije hypotheekklant. In 2009 bleek uit onderzoek van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) dat bijna de helft van dit type woningeigenaren niet wist dat je schuld blijft staan als je niks aflost. Dat waanidee is nog altijd wijd verbreid. De AFM gaat daarom met twee financiële bedrijven zes manieren testen om aflossingsvrije huiseigenaren aan het afbetalen te krijgen. Helpt het bijvoorbeeld als huiseigenaren zien dat andere Nederlanders ook aflossen? Helpt het als ze met één muisklik een extra afbetaling kunnen doen? Of helpt een gratis adviesconsult?

‘Een vooroordeel is moeilijker te splitsen dan een atoom’, zei Albert Einstein. Ook de AFM zal merken dat de doorsneeconsument Oost-Indisch doof en blind is voor toekomstige financiële dompers. Dat bewijst de houding tegenover woekerpolissen. Vorig jaar toonde AFM-onderzoek dat de 250.000 houders van de meest zorgwekkende woekerpolissen –de zogeheten doodlooppolissen (polissen die in waarde dalen)- hun wanproducten massaal ongewijzigd lieten doorlopen, ondanks waarschuwingen van hun adviseur of verzekeraar. Ook veel huiseigenaren zullen niet willen weten dat ‘aflossingsvrij’ een leugen is. Als een Titanic koersen ze af op een onbetaalbare restschuldenijsberg van miljarden euro’s. Met alle gevolgen, zoals gedwongen verkoop van hun huizen, van dien.

Drie foute termen

  1. Overwaarde benutten’ suggereert dat het geheel verhypothekeren van je huis nuttig is. In werkelijkheid verlaagt een hoge schuld je financiële weerstand en verhoogt het je woonlasten.
  2. Serviceabonnement’ suggereert dat een tussenpersoon voor maandelijks €12,95 of €22,95 altijd voor je klaar staat. Maar onderzoek van de AFM uit 2014 toont dat vaak onduidelijk is waar het abonnement recht op geeft. En bij één op de vijf klanten leidde het serviceabonnement tot dubbele kosten.
  3. Gemiddeld rendement’ suggereert dat beleggingswinst elk jaar positief is. Maar als je het ene jaar 30% winst boekt en het jaar erop 25% verlies, dan ervaar je het laatste als dubbel zo dramatisch.