Werkgever is ideale spaarverleider

Ruim twee eeuwen geleden was één op de vijf Nederlanders straatarm, terwijl de helft op de rand van het pauperdom balanceerde. De notabelenclub Maatschappij tot Nut van ’t Algemeen reikte deze stakkers vanaf 1784 de helpende hand. Eerst met onderwijs- en opvoedingsactiviteiten; vanaf 1817 met spaarbanken door het hele land. Want sparen, zo verwoordde de toenmalige secretaris Bruinwold Riedel het in 1909: “geeft de armen bewustzijn en eigenwaarde, en een gevoel van onafhankelijkheid. Beide zijn onmisbaar voor ieder die iets wil betekenen in de samenleving”.

Dat sparen zit sindsdien diep in de Nederlandse cultuur. Zo’n acht van de tien Nederlanders vinden sparen belangrijk, schrijft het Nibud in het verse rapport ‘Geld achter de hand makkelijker maken’. Dat aandeel is veel hoger dan in andere Eurolanden. Toch is er een probleem: Eén op de vijf Nederlanders spaart niets; 17% heeft zelfs geen spaarrekening, terwijl we toch een stuk welvarender zijn dan de stakkers uit de achttiende en negentiende eeuw.

Het Nibud is ongerust over niet-spaarders. Spaargeld werkt namelijk, net als een netwerk van sociale contacten, als een airbag tegen levensproblemen. Je hoeft niet duur te lenen als je wasmachine het begeeft of een onverwachte rekening op de deurmat valt. Een spaarpotje is ook een weldaad voor de geest. Je voelt je geen loser als je door een winkelcentrum dwaalt, raakt niet gestrest van deurwaarders, kan zomaar een feestje bouwen, en haalt je schouders op als de rente stijgt, want leningen heb je niet. Een spaarbuffer is, zoals de Amerikanen zeggen ‘drop dead money’: Wie geld heeft, zegt gemakkelijker ‘val dood’ tegen dingen die hem tegenstaan. Dat vergroot eigenwaarde, bewustzijn en onafhankelijkheid. Precies wat Bruinwold Riedel een dikke eeuw geleden zei.

Maar hoe laat je niet-spaarders sparen? Waarschuwen en informeren blijkt even zinloos te zijn als jongeren uitleggen dat studeren belangrijker is dan feesten. Daarom roept het Nibud de overheid, banken, bedrijven, maatschappelijke instellingen en werkgevers op om niet-spaarders tot sparen te verleiden. De overheid kan de vermogensgrens voor kwijtschelding van de lokale lasten verhogen. Nu ligt die grens zo laag dat minima beter niet kunnen sparen. Ook voor bedrijven heeft het Nibud een verleidingsidee: kopen op ‘voorafbetaling’. Hierbij regelt een mobiele aanbieder, autodealer of hypotheekbank dat een klant elke maand automatisch spaart. Van het tegoed kan hij later een nieuwe telefoon of auto kopen. Of het onderhoud van zijn huis betalen.

Geldinstellingen kunnen spaarzin bevorderen door sparen te koppelen aan uitgeven, zoals bij pinsparen. Daarbij gaat van elk gepind bedrag 10% naar een spaarrekening. Ook zou iedereen automatisch een spaarrekening cadeau moeten krijgen, vindt het Nibud, waarbij je met één tik of klik kunt regelen dat je automatisch spaart. Verder schijnt loterijsparen te werken. Een deel van de lotprijs gaat dan naar je spaarrekening in plaats van naar goede doelen.

Niet elke partij is de ideale spaarverleider. Zo hebben banken en bedrijven per definitie een commercieel motief, terwijl de overheid burgers én bedrijven te vriend wil houden. Die afhankelijkheid geldt niet voor uitkeringsinstanties en werkgevers. Bazen hebben baat bij sparende medewerkers, want financiële problemen veroorzaken stress, ziekteverzuim, fraude, diefstal en productiviteitsverlies. Geef uitkeringsinstanties en werkgevers dus een spaarbevorderend instrument. Bijvoorbeeld het ‘Spaar Morgen Plan’, waar Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman fan van is. Je hoeft dan niet nu te sparen, maar tekent ervoor dat je werkgever of instantie, van elke volgende inkomensstijging een afgesproken deel doorsluist naar een spaarrekening. Dat schijnt de spaarlust te verdrievoudigen.

Cyclisch denken

De meeste mensen zien de tijd als een lijn van verleden via het heden naar de toekomst. Daardoor lijkt de toekomst ongewis, want mensen overoptimistisch kan maken. Ze maken zichzelf wijs dat ze in de toekomst meer gaan verdienen of beter met geld zullen omgaan. Als sparen nu niet lukt, is dat dus niet zo erg, want later hebben ze toch meer geld en dan is sparen een peulenschil. Onderzoek toont dat mensen meer gaan sparen als ze de tijd zien als een cyclus van zich herhalende gebeurtenissen zoals de seizoenen. Ouders zouden hun kinderen moeten aanleren om zo tegen sparen aan te kijken.