Smijt geen goed naar kwaad geld

Gooi geen goed naar kwaad geld, luidt het spreekwoord. Toch zit het diep in de menselijke aard om dat juist wél te doen. Stel je hebt je auto laten repareren voor €3.000. Nu komt er wéér een kostenpost van €2.000 bij. Neem je die tegenvaller voor lief? Vaak wel, want het rotding heeft al zoveel gekost. Of stel je bezit €10.000 aandelen A, waar je ooit €5.000 voor hebt neergeteld. Je bezit ook €10.000 aandelen B, die je ooit kocht voor €20.000. Nu heb je dringend €10.000 nodig. Welk aandeel verkoop je? De meeste mensen houden aandeel B vast omdat ze daarop (nog) geen winst hebben geboekt. Toch is het dwaas. Een juiste beleggingsbeslissing draait niet om winst of verlies in het verleden, maar om toekomstig winstpotentieel. Dat de meeste mensen zo niet (kunnen) denken noemde de Amerikaanse gedragseconoom Richard Thaler in 1980 de sunk cost fallacy ofwel de ‘de denkfout van de verloren kosten’. De fenomeen houdt in dat het gros van de mensen het zo zonde vindt om geld verliezen dat ze goed naar kwaad geld gooien in de hoop dat de schade verdwijnt.

Marketingexperts benutten de sunk cost fallacy dolgraag als verkoopinstrument. Met een klantenkaart of lidmaatschap van €25 zorgen ze dat je trouw blijft aan een dienstverlener of winkelier. Je hebt er immers al voor betaald. Oplichters weten nóg beter hoe ze van deze gevaarlijke denkfout kunnen profiteren. Eerst verkoopt een crimineel in een boiler room je een niet bestaande belegging. Daarna maakt hij je wijs dat je er verlies op hebt gemaakt. Vervolgens overreedt hij je om geld bij te storten om het verzonnen verlies weer goed te maken. Wie er in trapt, kan compleet wegzinken in zijn verlangen de schade te beperken: Hij blijft geld storten, onbereikbaar voor de waarheid.

Een gewaarschuwd mens telt voor twee. Ga uiteraard nooit in op geweldige beleggingskansen waarvoor jij speciaal bent uitverkoren. Maar ook bij ‘normaal’ beleggen helpt een systeem waarmee je de pijn van verlies verzacht, vermijdt of negeert. Koop dan niet één (soort) belegging, maar een fonds dat risico’s wereldwijd spreidt. Je kunt ook spreiden in de tijd. Investeer dan automatisch bijvoorbeeld €400 per maand in plaats van €20.000 ineens. Staan de koersen hoog, dan koop je vanzelf weinig effecten. Zijn de prijzen laag, dan koop je automatisch veel voor een gunstige prijs. Bekijk je beleggingsresultaat hooguit eens per jaar over je hele vermogen inclusief spaargeld en de waarde in je huis. Van een tijdelijk koersdipje of een verlies op één belegging merk je dan niks.

Ook beslissingen over uitgaven kunnen je in de valkuil van de verloren kosten lokken. Neem die auto die wéér €2.000 aan reparatie kost. De truc is het verleden te vergeten. Vraag je af: Stel dat ik de auto gisteren cadeau kreeg. Zou ik er dan €2.000 aan besteden? Zo beslis je rationeler. Wie slim is, gebruikt zijn aversie tegen verliezen zelfs in zijn voordeel. Een collega van Richard Thaler bedacht een persoonlijke verzekering tegen kleine tegenvallers. Aan het begin van elk jaar reserveerde hij een bedrag voor een goed doel. Had hij dat jaar een strop, zoals een onterechte boete voor te hard rijden, dan trok hij die tegenvaller van zijn reservering af. Dit gaf hem het luxe gevoel dat onverwachte pech hem niets kostte.

Richard Thaler

Richard H. Thaler (1945) is een Amerikaanse (gedrags)econoom van het eerste uur. Bij diverse wetenschappelijk onderzoeken werkte hij samen met nobelprijswinnaar Daniel Kahneman. Net als Kahneman bestrijdt Thaler al tientallen jaren het economische uitgangspunt dat de mens een soort dokter  Spock is. Ofwel een wezen zonder emoties, dat zichzelf altijd compleet in de hand heeft en kan rekenen als een computer. Thaler verwerkte zijn onderzoeksuitkomsten in diverse boeken over gedragseconomie, zoals het populair-wetenschappelijke Quasi-rational Economics and The Winner’s Curse (1994). Zijn meest recente boek verscheen in 2015 onder de titel: Misbehaving: The Making of Behavioral Economics