De grote polisschoonmaak – Zo haal je de bezem door je verzekeringen

Zorgeloos leven kost geld. Althans, dat denken we en dat maakt ons panisch voor tegenvallers en tekorten. Daarom verzekeren we ons zo graag. We dekken ons in tegen ziekenhuisopnames, inkomensverlies, schade aan ons huis, de auto, inboedel of de spullen van de buurman. Maar ook tegen fietsdiefstal, slecht weer op een trouwdag, een gebroken bril, een geannuleerde vakantie, een kapotte wasmachine, de uitvaart, gezakte beleggingen, rechtsbijstand, schade aan de tuin, diefstal van een smartphone, ongevallen, onbetaalbare woonlasten, de medische kosten van de hond en meer. Een doorsnee Hollands huishouden besteedt jaarlijks ruim 9.000 euro aan zorg- ,schade- en levensverzekeringen, tonen cijfers van het Verbond voor Verzekeraars. Over zo’n mega-uitgave hoor je te wikken en te wegen. En dat kan, want polissen mag je, net als je auto, whiskymerk of vakantiebestemming, zelf kiezen. Wie dat slim aanpakt, houdt jaarlijks honderden tot mogelijk duizenden euro’s in zijn portemonnee. Het is kortom hoog tijd voor een grote polis-schoonmaak. Dat kun je helemaal zelf, zonder duur advies. In slechts drie stappen.

1.Snap wat risico is

Besparen op zekerheid begint niet met premies vergelijken, maar met inzicht in financiële risico’s. Verzekeraars zien risico’s als ‘te verwachten uit te keren bedragen’. Via computers houden ze de geschatte omvang ervan nauwgezet bij. Maar het brein van de gewone mens werkt minder feilloos. Vrijwel niemand kan zaken en emoties scheiden. Vraag iemand maar eens naar het nut van een annuleringsverzekering. Je krijgt dan vage antwoorden als: “Nou, stel dat ik een been breek, zwanger raak, ziek wordt of mijn paspoort verlies….” Ja? Wat dan? Je mag hopen dat die strop onder de voorwaarden valt. Verder kost verzekeren -naast een boel geld- moeite en ergernis bij het claimen van schade. Maar ernstiger: wie alle onzekerheid afkoopt, durft op het laatst niks meer, kan niks meer en snapt niks meer. Een grote polis-schoonmaak begint daarom met accepteren dat risico bij het leven hoort. De ergste rampen zijn sowieso onverzekerbaar. Denk aan een ongeneeslijke ziekte, liefdesverdriet of het verlies van een kind. Verder kan je inkomen of vermogen (onverzekerd) dalen door een echtscheiding, vervroegd pensioen of een ziekte. De aandelen in je beleggingshypotheek kunnen (onverzekerd) jarenlang slecht presteren, de hypotheekrente kan (onverzekerd) naar onprettige hoogten stijgen. Je kunt een midlifecrisis krijgen en anders willen gaan leven met (onverzekerd) minder inkomen. Of er kan een (onverzekerbare) oorlog uitbreken, waarin je je huis, vrouw en een been verliest. Enzovoorts.

Wie bewust weinig verzekeringen en garanties afsluit, gaat anders leven. Je koopt kwaliteit, past beter op je spullen, geld en gezondheid, en bouwt zelf een reserve op in plaats van dik geld te betalen aan verzekeraars. Maar belangrijker: je leert leven met tegenslag, waardoor je niet meer trapt in elke angst aanwakkerende verkooptruc. Dat maakt het bestaan minder beklemmend en veel minder duur. Zo loop je, door een beetje pech te accepteren, uiteindelijk minder financieel risico.

Voor mensen zonder reserves begint een grote polis-schoonmaak met een kip-ei-probleem: Wie platzak is, kan zelfs kleine financiële tegenvallers niet opvangen. Als je dan toch een duur product koopt, zoals een nieuwe smartphone, een elektrische fiets of een nieuwe computer, laat je je gemakkelijk een dure productpolis aanpraten. Want stel dat het ding bezwijkt of gestolen wordt…. Deze redenering leidt tot de zekerheidsparadox: je verzekert je maximaal om financiële risico’s te dempen, maar de totale kosten daarvan lopen ongemerkt zo op dat je financiële zekerheid juist verzwakt, want al je geld gaat naar verzekeraars en extra garanties. Daarom begint de grote polis-schoonmaak met de opbouw van een schadereserve in eigen beheer. Dat is een spaarrekening met een paar honderd tot enkele duizenden euro’s, waaruit je overzienbare schades zelf betaalt. Je kunt dat geld nu apart zetten of langzaam bijeen sparen uit de premies die je bespaart door overbodige zekerheid te schrappen.

2.Hou het breed en minimaal

Er bestaan noodzakelijke verzekeringen. En er bestaan te dure doekjes voor het bloeden. Kenmerkend voor de eerste groep polissen is dat deze een breed scala aan risico’s dekken, die je zelf moeilijk kunt dragen. Een voorbeeld is de verplichte basiszorgverzekering (zo mogelijk met een hoger eigen risico), die je indekt tegen een breed pakket ziekte- en zorgkosten. Ook onontbeerlijk zijn de opstalverzekering voor huiseigenaren, de aansprakelijkheids- en de inboedelverzekering voor iedereen die niet meer onder de gezinspolis van zijn ouders valt, en de verplichte WA-verzekering voor bezitters van een brommer of auto. Ook een levensverzekering kan noodzakelijk zijn, bijvoorbeeld omdat je hypotheekbank dat eist. En nou vooruit, een (doorlopende) reisverzekering mag ook, maar dek daarbij alleen de ziektekosten waarvan je zeker weet dat je zorgverzekering ze niet vergoedt, bijvoorbeeld omdat je gaat skiën of buiten Europa reist.

Verder is er in polisland een hoop onzin te koop. Bescherm je bijvoorbeeld nooit tegen schade door één soort ziekte, één type gebeurtenis of aan één huishoudelijk artikel. De kans is levensgroot dat juist een ander onheil je treft. Voorbeelden van dit soort emotiepolissen zijn bril- en contactlenzenverzekeringen, smartphonepolissen, televisieverzekeringen, sneeuwverzekeringen, annuleringsverzekeringen, fietsverzekeringen, tandartsverzekeringen en levensverzekeringen voor kinderen. Die overzienbare of onwaarschijnlijke schadeposten betaal je gewoon uit je eigen rampenpot. Slechts soms is een aanvullende zorgpolis nuttig, maar alleen als je vooraf zeker weet dat je meer gaat claimen dan die kost. Wees voorzichtig met polissen voor autohulp, rechtsbijstand, schades aan kostbaarheden en door ongevallen. Die leiden vaak tot dubbele dekkingen.

Kleine en onwaarschijnlijke stroppen bieden je de kans om jezelf te harden tegen financiële pech. Dek daarom nooit risico’s die je zelf kunt dragen. En al helemaal geen risico’s die er niet zijn. Alleenstaande, laat je geen overlijdensrisicopolis aanpraten. Ja, dat gebeurt! En kapitaalkrachtige ondernemer: die dure arbeidsongeschiktheidspolis kun je missen als kiespijn. Het meest bekende voorbeeld van een polis met een te smalle dekking is de uitvaartverzekering. Maar liefst twee derde van de Nederlanders heeft zich er eentje laten aanpraten, en zitten bijvoorbeeld vast aan een natura-sommenverzekering met -heel eng- ‘jaarlijks stijgende premies, te betalen tot je negentigste’. Dus levenslang! Of je waar krijgt voor je geld zal jij niet meemaken. Dat is prettig voor de uitvaartverzekeraar: want een overledene is per definitie een tevreden klant.

In 2014 publiceerde de Consumentenbond een top 10 van verzekeringen waarvan de uitkeringen niet opwegen tegen de kosten. Op nummer één staat de Zinloos-geweldverzekering. Alles wat deze polis biedt, blijkt op andere manieren, zoals via Slachtofferhulp, gratis beschikbaar. De overige negen onzinpolissen zijn: de huisdierverzekering, de scholieren(ongevallen)verzekering, de smartphoneverzekering, de tuinverzekering, de garantieverzekering, de ongevallenverzekering inzittenden, de catastrofeverzekering, de pechhulp(thuis)verzekering en de regenverzekering. Sluit deze polissen nooit af of zeg ze op.

3.Vergelijk je rijk

In 2014 toonde onderzoek van het Platform Wijzer in Geldzaken dat acht van de tien Nederlanders zogeheten ‘snurkers’ zijn. Dat zijn verzekeringsklanten die jarenlang kritiekloos veel te hoge premies betalen. Verzekeraars en tussenpersonen zijn er gek op, want snurkers laten de kassa flink rinkelen, terwijl ze nooit klagen. Zonde! Want oversluiten en besparen kun je heel gemakkelijk thuis regelen via een vergelijkingssite. Toch is een waarschuwing op zijn plaats, want vergelijkers zijn de pulsvissers van de verzekeringsbranche: ze lokken klanten in de hoop ze in hun sleepnetten te verstrikken. Dat komt doordat verzekeraars, banken en andere bedrijven vergelijkers riant belonen als ze een nieuwe cliënt voor hen vangen. Dat heet affiliate marketing. Uitvaartverzekeraar Yarden betaalt bijvoorbeeld 135 euro voor een nieuwe klant, toont de website van affiliate-bemiddelaar Daisycon. En een nieuwe autopolisklant levert snel zo’n 50 euro op. Dit verdienmodel zorgt dat je niet alle vergelijkers kunt vertrouwen. Er zijn ook nepvergelijkers. Hun websites vermelden niet de beste producten, maar de oplossingen waaraan ze het meeste verdienen.

Wie kritisch en oplettend is, kan nepvergelijkers zelf ontmaskeren. Kijk ten eerste naar het aantal producten dat men presenteert. Zijn dat hooguit tien verzekeringen, dan klopt er iets niet, want polissen zijn er in talloze soorten en maten. Het is ook verdacht als een website een lijst lage premies presenteert zonder je gegevens te vragen. Verder ontbreekt bij neppers vaak duidelijke informatie over de eigenaren, hun kantooradres, de manier waarop ze hun geld verdienen en gegevens over hun vergunning van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Voorbeelden van inferieure sites zijn 123geldzaken.nl, vergelijk-inboedelverzekeringen.nl, rechtsbijstandverzekering.com of verzekeringenvergelijk.com. Maar er zijn er veel meer.

Een echt goede vergelijker toont vanzelf alle mogelijke producten, ook die van aanbieders die hun geen affiliate-vergoedingen betalen. Het is ook belangrijk dat een vergelijker eerlijk uitlegt wat men verdient en waaraan. Dit doen bijvoorbeeld alle vergelijkers op consumentenbond.nl/bespaar. Dus beginnen daar maar mee snurker, liefst vandaag. Want van uitstel komt afstel, helemaal als het om verzekeringen gaat

Heb je een overlijdensrisicoverzekering (OVR) lopen? Die is mogelijk veel te duur, want de premies zijn de laatste jaren tientallen procenten gezakt. Vergelijken van OVR’s kan op onder meer moneywise.nl en independer.nl, maar check ook de direct writers zoals BrandNewDay, Ohra en Centraal Beheer. Als je dat doet, check dan meteen of een (dure) premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid kan vervallen. Of dat je een gelijkblijvende ORV kan omzetten in een annuïtair of lineair dalende. Dat is goedkoper. Als een OVR is verpand aan je hypotheek, dan moet je de bank vooraf vragen of ze akkoord gaan met een nieuwe (goedkopere) ORV. En is je ORV verpakt in een spaar- of beleggingshypotheek, dan vraagt het oversluiten vaak een hersteladvies. Zo’n advies hoort gratis te zijn bij degene die de beleggingshypotheek ooit verkocht of bij wie de polis nu loopt. Verder is betaling per jaar gunstiger dan maandbetaling.