Blijf op de hoogte en abonneer op mijn nieuwsbrief.
Zapisz Zapisz

Geld zonder zeepbellen

Wat is het verschil tussen een zeepbel en een euro? Heel veel, zou je zeggen. Want een zeepbel kan knappen van een zuchtje wind, terwijl je een zware hamer nodig hebt om een deukje in een euromunt te slaan. En toch kan geld als een zeepbel uiteenspatten. Want in onze markteconomie hangt de waarde van iets af van wat de gek ervoor geeft. Het gaat mis als iedereen tegelijk iets wil hebben, waardoor de prijs onverantwoord hoog stijgt. Zo kocht in 1635 iemand veertig tulpenbollen voor 100.000 gulden, toentertijd de waarde van een rijtje Amsterdams grachtenpanden. Twee jaar later knapte de zeepbel, en verdampte die investering naar bijna nul. Andere grote en kleinere (geknapte) zeepbellen waren de Wallstreetcrash (1929), de huizenmarktbubble van 1978, de beurskrach op Zwarte maandag (1987), de internethype (2000), de hoge goudprijs (1980 en 2012), de wereldwijde beurskrach van 2008 en de huizendip vanaf 2008. In de laatste crisis daalden de woningprijzen met een kwart. Een miljoen huishoudens hadden daardoor meer hypotheekschuld dan de waarde van hun huis.

Wat zijn de zeepbellen van nu? Is of was het de bitcoin? De Randstedelijke huizenmarkt? Zijn het de beurzen? Wordt het Azië? Verhuurbare recreatiehuisjes? Obligaties? Of misschien de hele consumptiemaatschappij? En wanneer valt dat zwaard van Damocles? We weten het pas als de prijzenachtbaan naar beneden is gesuisd, en een flinke groep pechvogels getraumatiseerd en flink armer achterlaat. Een investering in een hype kan iemand binnen een dag degraderen van een aanstormend miljonair tot een onbetekenend lid van de sappelende massa. De waarde van je effectenportefeuille of verhuurbare vakantieparkchalet kan zijn gehalveerd, je vastgoedbelegging onverkoopbaar, je woning kan onder water staan of je crypto-munten uit de gratie zijn. Dat kost naast bakken geld ook zelfvertrouwen en geluk. Maar je kunt zo’n ramp voorkomen. Want met economische zeepbellen is het elke keer hetzelfde liedje: De meute rente rent blindelings de kudde achterna, wat marktprijzen extreem kan laten fluctueren. Zeven anti-zeepbel-geboden zorgen dat je er niet (meer) intuint.

1.Ren weg van de massa

Doen wat een ander al doet lijkt veilig, maar is juist riskant. Want als iets populair is, duurder of schaarser wordt, raken steeds meer mensen hebberig. Ze willen iets nu kopen, want straks is het te laat! Ineens wil iedereen onroerend goed bezitten in de Randstad, cryptomunten kopen, zijn spaargeld beleggen of een tweede huisje aanschaffen, waardoor de prijzen van die dingen stijgen. Vervolgens slaat, na een gerucht of mediabericht, de hoogtevrees toe, wil ineens iedereen zijn spullen kwijt, waardoor de marktwaarde ervan zakt als een baksteen. Raak dus gealarmeerd zodra je opvallend veel collega’s, kennissen of familieleden hoort pochen: ‘Mijn cryptomunten doen het super!’, ‘We hebben een verhuurbaar pandje gescoord. Er waren honderd gegadigden!’, of ‘Ik beleg in crowdfunding en bitcoins, want sparen levert niks meer op’. Niet meedoen met een hype is lastig, want kuddegedrag maakt, net als verliefdheid, stekeblind. Maar populair is altijd (te) duur. Wie omgekeerd doet wat (nog) niemand doet, is per definitie goedkoop uit. En wat goedkoop is, is gegarandeerd zeepbelvrij. Zo zit je altijd goed.

2.Negeer ‘experts’

Veel mensen leiden aan het wittejassensyndroom: ze hebben een heilig ontzag voor experts. Daardoor gebeurt het keer op keer dat onervaren beleggers aan de lippen hangen van zelfbenoemde deskundigen, die op televisie mogen vertellen hoe je rijk kan worden van cryptomunten, goud, grond, windmolens, Zwitsers vastgoed of wat dan ook. Afgelopen december mocht ene Seb Walhain de koers van de bitcoin omhoog praten in televisieprogramma Nieuwsuur. En vlak na de kredietcrisis kreeg goudhandelaar Willem Middelkoop gratis podia bij De Wereld Draait Door en Pauw & Witteman. Daar blaatte hij dat het financiële systeem zou exploderen en je al je spaarcentjes beslist zou moeten omzetten in goudbaren. Dat zou je voorgoed immuun maken voor beleggingsverliezen, hyperinflatie, nieuwe crises en de ineenstorting van de euro of dollar. De goudprijs schoot omhoog. Maar een paar jaar later ging het vooral bergafwaarts. Weg beloofde winst en absolute zekerheid. Maar Middelkoop is binnen.

3.Twijfel meer

Noem het optimisme, noem het levenslust, maar de doorsnee mens overschat zijn kennis en mogelijkheden chronisch. Exemplarisch is een studie uit 1981 onder Zweedse automobilisten: negentig procent noemde zichzelf een bovengemiddeld goede chauffeur. Dat was veertig procentpunt te veel. Nu denk je misschien dat slimme mensen beter oordelen, maar niets is minder waar. Juist experts maken fouten, want ze twijfelen niet. Uit een Amerikaanse studie bleek ooit dat twee derde van de advocaten heilig geloofde gelijk te krijgen in een civiel proces. Toch moet er altijd één verliezen. En in ons land wisten hordes bitcoin beleggers afgelopen 10 december zeker dat ze tijdig waren ingestapt. Nu is hun inleg tientallen procenten minder waard. Wees dus altijd bedacht op zelfoverschatting als je: een grote uitgave of belegging gaat doen (met beperkte informatie), de oorzaak van falen weleens buiten jezelf zoekt, je jezelf een slimme belegger vindt, veel online in effecten handelt of niet exact weet wat vorig jaar je beleggingsresultaat minus alle kosten was. Aarzel dan eens wat meer.

4.Leer van het verleden

Het menselijk geheugen is beperkt qua capaciteit en levensduur. Zo heeft een 55-jarige hooguit de beurskrach van 1987 en de internetbubbel van begin deze eeuw aan den lijve ondervonden. Je moet minimaal 60-plus zijn om ook de oliecrises in de jaren zeventig in je portemonnee te hebben gevoeld. Zelfs minimaal negentig om financieel iets van de Grote Depressie in de jaren dertig te hebben meegekregen. Daarom lijkt elke zeepbel of crisis veel uitzonderlijker dan die is. In werkelijkheid is een crisis een natuurverschijnsel waar je de klok op gelijk kan zetten. In het IMF-rapport Systematic Banking Crises: A new Database staan de kenmerken van alle financiële crises waarin landen, regio’s en werelddelen verzeild raakten tussen 1970 en 2007. Het waren er totaal 400. Bijna 10 per jaar! Reken er dus maar op dat het met je vermogensopbouw een keer flink mis zal gaan. Dat geldt extra voor nieuwe soorten beleggingen zoals cryptomunten, crowd funding of short volatility fondsen. Die hebben nauwelijks geschiedenis, en staan daardoor garant voor onverwachte risico’s. Loop er met een boog omheen.

5.Regel een veilige vluchtroute

Stel je verkoopt financiële producten of diensten (broker, goudhandelaar, bankier, vermogensbeheerder, projectontwikkelaar enzovoorts). Je weet dat veel mensen barsten van het geld en desondanks nog meer willen. Dus beloof je ze de wereld met een nieuw type belegging, dat beter is dan alles wat er tot nu toe was. Als je instapt, zijn de rapen gaar, want je geld ergens instoppen is geen kunst, maar het er met winst uithalen is vaak een probleem. De koers halveert bijvoorbeeld ineens, je beleggings-cv gaat op slot, je moet geld bijstorten, de looptijd uitzitten of je broker rekent twintig procent uitstapkosten. Soms is de instantie die je geld ooit met open armen ontving allang verdwenen, of je aanbieder wijst op kleine lettertjes, die je nooit kreeg of las. Voorkom dat je belegging een reusachtige valkuil wordt met steile wanden. Investeer alleen als zeker is dat je een belegging zo nodig snel, veilig en tegen redelijke kosten weer kwijt kan. Dat geldt doorgaans voor beursgenoteerde effecten.

6.Spreid in de lengte en de breedte

Welke belegging gaat het beste presteren? Wie denkt dat hij het weet en er vol instapt, kan een toekomstig zeepbelslachtoffer zijn. Zet liever in op vele kaarten. Dat verkleint je kans op een megawinst, maar ook de kans op een megaverlies, wat traumatisch kan zijn. Maximale spreiding biedt bijvoorbeeld een wereldwijd gespreid indexbeleggingsfonds. Nog meer spreiding ontstaat door maandelijks automatisch een vast bedrag in te leggen in plaats van je hele kapitaal in één keer. Zo hoef je de koersen niet te volgen, niet te dubben over beste koop- of verkoopmomenten, en reduceer je de kans op een zeperd. Uiteraard gaan de beurzen -en dus ook goed gespreide beleggingen- van tijd tot tijd fors omlaag. Zorg dat je de tijd en de armslag hebt om dit rit naar boven af te wachten.

7.Mijd (nep)nieuws

Een financiële domper of megaverlies is niet zelden het gevolg van een misplaatst vertrouwen. Dat lijkt een karakterfout, maar dat is het niet. Het wordt bewust en genadeloos opgewekt door handelaren, verkopers, oplichters en nepnieuwsbureaus. Die manipulators weten precies hoe ze onervaren doorsnee burgers als een baksteen kunnen laten vallen voor een belegging in bitcoins, grondstoffen, crowd funding, robotica of het milieu. Bezoek dus geen beleggingswebsites, klik alle ongevraagde beleggingsmail ongezien in de (digitale) prullenbak en kijk nooit naar televisieprogramma Business Class. Geloof verder niks van complottheorieën. En zet jezelf op nieuwsrantsoen van hooguit een half uur per dag. Het gevaarlijkst voor geldzaken zijn geldforums waar iedereen, ongeacht achtergrond of motivatie, emoties en meningen mag spuien. Daar zitten verkopers bij die, vermomd als geslaagde beleggers, proberen mensen erin te luizen. Consumeer financiële berichten dus alleen van zo objectief mogelijke instanties, zoals het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), het Centraal Plan Bureau (CPB), de Autoriteit Financiële Markten (AFM), de Nederlandse Bank (DNB) en universiteiten. De rest is uit op eigen voordeel, liefst op jouw kosten.

 

Als het toch is misgegaan…

Bijna niemand is altijd immuun voor geldverlies door een zeepbel. Gaat het toch een keer mis, zorg dan dat het geen trauma wordt. Dat lukt door het verlies psychologisch te verkleinen. Staar je bijvoorbeeld niet blind op één rampbelegging, maar becijfer je hele vermogen inclusief eigen huis. Mogelijk valt een beleggingsverlies van 50 mille zo te herformuleren als 15 procent schade op het hele kapitaal. Daar valt beter mee te leven. Het helpt ook om een verlies in gedachten te compenseren met een recente meevaller, zoals een nalatenschap. Wie een ton erfde en €75.000 verloor, zit qua rijkdom toch nog een beetje in de lift. Of ga een tegenvaller terug sparen. Wie maandelijks €325 wegzet tegen 0,5% rente heeft over vijf jaar bijna €20.000 bij elkaar. Besef voorts dat door het knappen van een beurs- of woningmarktzeepbel per definitie velen worden geraakt. Dat troost, want als we allemaal armer worden, zijn we relatief gezien nog even rijk.