Blijf op de hoogte en abonneer op mijn nieuwsbrief.
Zapisz Zapisz

Het dictatorspel

Ben je royaal als je vrienden fêteert op een etentje? Of is het heimelijk een investering waarvoor je iets terugverwacht? Algemeen gezegd: is de mens van nature egoïstisch of altruïstisch? Over deze kwestie hebben allerlei wetenschappers zich gebogen, allemaal op hun eigen manier. Filosofen redeneren, biologen bestuderen en theologen moraliseren. Weer een andere aanpak hebben de economen: ze experimenteren, bijvoorbeeld door mensen met elkaar te laten onderhandelen.

Een beroemd onderhandelingsexperiment is het ultimatumspel. Deze test voor twee partijen -A en B- kwam begin jaren tachtig uit de koker van de Duitse econoom Werner Güth. A en B zitten in aparte kamers en krijgen elkaar niet te zien. A krijgt een bedrag, bijvoorbeeld een tientje, en mag zelf bepalen hoeveel hij hiervan geeft aan B. Die mag het geld aannemen of weigeren, maar als hij ervoor bedankt, krijgen A en B allebei niks. De meeste A’s bleken het geld 50/50 te verdelen. Is de mens dus onbaatzuchtig? Nee, concludeerden de onderzoekers. Want als A minder dan een derde van het geld aanbood, bleek B vaak te weigeren. De juiste conclusie is dat de mens is gebrand op rechtvaardigheid: hij vertrekt liever met lege handen dan met een krenterige fooi. A -ook een mens- weet dat en deelt de winst uit eigenbelang.

Het toppunt van altruïsme is om anderen voor anderen te laten zorgen. George Elgozy, Frans econoom (1909-1989)

Na dit experiment gold de mens voor economen ruim tien jaar lang als een calculerende egoïst. Dat veranderde toen de Amerikaanse econoom Robert Forsythe begin jaren negentig het dictatorspel bedacht. In dit experiment bepaalde A nog steeds wat hij weggaf, maar B moest dat accepteren. Het bleek toen dat A minder, maar nog steeds geld weggaf aan B, die een volslagen onbekende voor hem was. Was de mens goddank tóch edelmoedig?

Dat dachten we inderdaad een tijdje, totdat in 2007 bleek dat wéér een verkeerde conclusie getrokken was. Dat ontdekte de Amerikaanse econoom John List Forsythe’s, die het dictatorspel verfijnde tot twee varianten. In beide gevallen kregen A en B een bedrag. De eerste variatie van de test leek op het dictatorspel en had vergelijkbare uitkomsten. Maar bij de tweede variant mocht A, als hij wilde, geld afpakken van B. Bij deze spelregel bleken ineens maar weinig spelers B iets te geven. Een kleine meerderheid van de A’s besloot zelfs om (bijna) al B’s geld af te pakken! Volgens List geven we dus niet omdat we gul zijn. We geven wel of niet omdat de spelregels dat impliceren, want we willen niet afwijkend overkomen. Als een spelleider, zoals hier, stelt dat geld afpakken een gerechtvaardige actie is, dan doen we dat omdat het gros van de mensen dat doet. Goede doelen en de organisatoren van sponsorevenementen kennen dit kuddegedrag als geen ander. Expres openbaren ze -liefst met foto’s en commentaren- hoe vrijgevig anderen bij een actie zijn geweest. Want als jij ziet dat vrijwel iedereen honderd euro stort, kun je moeilijk achterblijven.