Blijf op de hoogte en abonneer op mijn nieuwsbrief.
Zapisz Zapisz

Test je geldkarakter

Geld moet je niet achterna, maar tegemoet lopen, vond de Griekse reder Aristoteles Onassis (1906-1975). Want wie geld achterna loopt, is een slaaf van geld. Dat is natuurlijk fout. Wie geld daarentegen tegemoet loopt, geeft euro’s een warm welkom, zonder te overdrijven. Maar nu komt het gekke: Veel mensen lopen geld niet achterna, maar ook niet tegemoet. Ze hebben zo hun eigen ideeën over geld. En die denkbeelden zijn behoorlijk vastgeroest. Je kent vast wel iemand die zuinigheid de hoogste deugd vindt. Of iemand die het geld onverbeterlijk laat rollen. En natuurlijk iemand die echt vies is van geld. Of iemand die er juist dag en nacht mee bezig is. Misschien herken je jezelf hierin.

Iemands mening over geld –ongeacht welke- is doorgaans onwrikbaar als een betonnen paal. Dat komt doordat je ideeën over geld ontstaan in je vroegste jeugd, toen je het gedrag van je ouders nog kritiekloos overnam. Als je ouders zuinig leefden, leerde jij dat je op de prijzen moet letten. En klaagden je ouders over geld? Of hadden ze schulden? Dan dacht jij dat die ellende nu eenmaal bij het leven hoort. Over dit na-aapgedrag denk je nóg minder na als je, zoals bijna iedereen, thuis leerde dat vrijuit praten over geld niet hoort. Zo blijven je kinderideeën over geld onuitgesproken en onaantastbaar. Tot je dood kun je blijven denken dat jouw geldgedrag het normaalste en beste is, zelfs als dat jezelf of anderen ongelukkig maakt.

Je vindt bijvoorbeeld: ‘Geld maakt corrupt’, ‘Tijd is geld’, ‘Je bankrekening is je beste vriend’, ‘Rijkdom is succes’, ‘Zuinigheid is zekerheid’ of ‘Rijkdom is voor mij niet weggelegd’. Zo’n geloof -meestal onbewust- beïnvloedt je gedrag, verlangens en emotionele reacties op je familie, kinderen, partner en vrienden. Dat kan discussies of ruzies veroorzaken over geld. ‘Jij geeft ook altijd teveel uit aan …’, ‘Jij hebt al net zo’n gat in je hand als je moeder’ of ‘Jij wilt ook altijd maar sparen… we leven maar één keer hoor.’ Je geldkarakter kan ook veroorzaken dat je zelf niet lekker in je vel zit. Kortom: het is het een goed idee om eens te spitten in je (voor)oordelen over geld.

Dat lukt via een vragenspel met je partner, vrienden of familie. Vertel elkaar: Wat zijn je drie eerste herinneringen aan geld? Gingen één of beide ouders raar of verkeerd met geld om? Welke angsten riep dat bij je op? Wat waren je eerste gevoelens over geld: schaamte, angst, schuld, trots? Dacht je ooit: ik ga geldzaken heel anders aanpakken dan mijn ouders? Zo ja, hoe dan? Hoe vaak maakten je ouders ruzie over geld? En waarover? Probeerde één of beide ouders je te overheersen via geld? Kreeg je alles waar je om vroeg? Of riepen je ouders steeds dat iets te duur was of dat je het niet had verdiend? De antwoorden geven je inzicht in je geldkarakter en hoe dat is ontstaan. Mogelijk ontdek je financiële eigenschappen waar je last van hebt. Als je daar met succes aan werkt, kun je, net als wijlen Onassis, geld relaxed tegemoet gaan lopen.