Geen diersoort op aarde is blinder voor risico’s dan de econoom. Dat schrijft Nassim Nicholas Taleb in zijn essay ‘Over robuustheid’, een aanvulling op zijn beroemde bestseller ‘De Zwarte Zwaan’. Sinds de kredietcrisis weten we wat zo’n zwarte zwaan is. Het is een onvoorzienbare, onaangekondigde gebeurtenis, die jouw of ons lot ingrijpend verandert. Voor de een is het de corona- of kredietcrisis; voor een ander was het de Tweede Wereldoorlog, de olieboycot van 1973 of de beurskrach van 1987. Als zo’n donderslag bij heldere hemel je verplettert, dan noemt Taleb je een kalkoen: ook die vertrouwde op zijn dagelijks voedsel. Tot het slagersmes toesloeg….

De datum waarop een zwarte zwaan overvliegt, is per definitie onvoorspelbaar, al is er altijd wel iemand die achteraf beweert het te hebben voorzien. Misschien kan die ons ook even helpen aan de datum van de volgende pandemie, oorlog, klimaatramp, meteorietinslag, of stijging van de levensverwachting tot 150 jaar. Plus inzicht in de gevolgen ervan voor de consument. Maar dat kan niemand. De toekomst is ongewis. Toch leven we alsof welvaart per definitie groeit. Op basis van dit geloof heeft het economisch denken zich de afgelopen drie decennia als een virus onder burgers verspreid. Geld mag niet ‘verpieteren’ op een spaarrekening of in je eigen woning, denken we. Het moet renderen in een hefboombelegging, verhuurd pand, cryptomunten, een dure studie of een met leningen gepimpte eigen stulp. We denken dat de risico’s van optimalisering voorspelbaar zijn. Tot het mis gaat.

Voorspellen is moeilijk. Vooral als het om de toekomst gaat. Niels Bohr (1885-1962), Deens natuurkundige, een van de grondleggers van de kwantummechanica.

Winst maximaliseren vermindert je rampenbestendigheid, omdat je geen risicovrije buffers meer hebt. Moeder Natuur weet dat maar al te goed. Royaal voorzag ze de mens van twee nieren, twee longen, twee ogen en oren en veel meer hersencellen dan strikt nodig is. Dat zou een econoom nooit toestaan! Hij zou gaan reorganiseren, snoeien en outsourcen. Minimaal één nier ging eruit. Misschien wel twee, om ze in te huren als het nodig was. Ook de efficiency van ogen en longen werd opgekrikt. Die onderbenut je schandalig als je slaapt. Dan kun je ze toch beter verhuren? Natuurlijk niet. Overtolligheid biedt extra zekerheid. Verlies je een nier, dan fungeert de tweede als reserveonderdeel. Iedereen snapt dat. Maar draait het om geld – ook behoorlijk onmisbaar – dan gaan we kritiekloos op de economentoer. Met alle gevolgen van dien.

Denk, doe en leef dus lekker oneconomisch. Als je inkomen verliest of de hypotheekrente stijgt, slaap je als een roos in een (grotendeels) afbetaald eigen huis. Ook lage (vaste) lasten, een flinke pot spaargeld en een goed, vast inkomen verhogen je crisisweerstand. Dan kun je tegen een stootje, net als Moedertje Natuur. De Zwarte Zwanen zullen blijven overvliegen. Maar dan kun je relaxed van hun vlucht genieten vanachter je keukenraam.