In 1907 vroeg de Britse statisticus Francis Galton 787 bezoekers van een jaarmarkt om het gewicht van een grote os te schatten. Geen enkele bezoeker noemde exact het juiste gewicht van 1198 pond. Maar het gemiddelde van alle schattingen kwam op 1200 pond, slechts 2 pond meer dan het juiste antwoord. Dat is niet toevallig. De 787 ondervraagden vormden samen een zogeheten wise crowd. Dat is een groep mensen die samen het wisdom of the crowd-effect veroorzaken. Dit betekent dat het gemiddelde van hun oordelen een betere inschatting is, dan dat van de groepsleden afzonderlijk.

Het voorbeeld van Galton en de os staat in het in mei uitgekomen boek ‘Ruis. Waarom we verkeerde beslissingen nemen, en hoe we dat kunnen voorkomen’ van Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman, Oliver Sibony en Cass R. Sunstein. Een nuttig boek, want de mens – hoe intelligent ook – oordeelt allesbehalve feilloos. Artsen stellen verschillende diagnoses bij eenzelfde patiënt, rechters oordelen verschillend over eenzelfde delict, mensen nemen ’s morgens andere besluiten dan ‘s middags. En ook onze stemming bepaalt of we ergens ja of nee tegen zeggen. Ondertussen hangt ons hele leven van kiezen en beslissen aan elkaar, met alle financiële gevolgen van dien. Wat mag een arbeidsongeschiktheidspolis kosten? Wat is een reële koopprijs voor een bepaald huis? Is dit een goede tijd om te gaan beleggen, een vakantiehuisje te kopen, een bedrijfje te starten of te gaan verbouwen? Kon je maar te rade gaan bij een wise crowd. Alhoewel? Het wisdom of the crowd-effect ontstaat alleen bij verschillende meningen van onafhankelijk denkende individuen. Het werkt dus niet als vrijwel iedereen hetzelfde denkt, zoals gebeurt bij een zeepbel of een crash op de aandelen- of huizenmarkt.

Ik dank mijn succes aan het feit dat ik met respect geluisterd heb naar het beste advies, om vervolgens weg te lopen en exact het tegenovergestelde te doen. Gilbert Keith Chesterton (1874-1936), Engels letterkundige en journalist

Vermoed je dus een zeepbel, grijp dan niet naar groepswijsheid. Probeer liever de methode van dialectische zelfverbetering, ontwikkeld door de Duitse onderzoekers Stefan Herzog en Ralph Hertwig. Het gaat als volgt. Stel je vraagt je af wat een beursgenoteerd effect écht waard is. Of stel je dubt wat je hooguit zou moeten bieden op een woonhuis of een antiek veilingstuk. Volg dan de volgende zes stappen. 1. Vorm een eerste oordeel over de juiste prijs. 2. Doe alsof dat eerste oordeel toch niet klopt. 3. Verzin daar een paar oorzaken voor. Noteer welke van je aannames mogelijk onjuist zijn. 4. Beredeneer wat dit kan betekenen voor de prijs. Was je eerste schatting te hoog of te laag? 5. Vorm een nieuw, alternatief oordeel op basis van dit nieuwe perspectief. 6. Bereken tot slot het gemiddelde van je eerste en tweede geschatte prijs. Met deze methode dwing je jezelf om een kwestie vanuit een ander perspectief te zien. Je kan daardoor een wise crowd vormen met een andere versie van jezelf. Uit experimenten blijkt dat je inschatting hierdoor aanzienlijk verbetert.

Hoe crisisbestendig ben jij? Test jezelf hier!

Gratis de Crisiskalender bij aankoop van het boek ‘Crisis. Wat te doen? Klik hier voor de actie 😊