Pas op voor de hete hand

Posted on 2 min leestijd

In de roman ‘De Speler’ van Fjodor Dostojevski raakt de huisonderwijzer Alexj Iwanowitsj verslingerd aan het roulettespel. Op een dag wint hij een vermogen, maar dat jaagt hij er in Parijs bliksemsnel doorheen. Daarna gaat Iwanowitsj gokkend en sappelend door het leven. Datzelfde gold trouwens voor zijn schepper – Dostojevski – die een fervent casinoklant was. Hij geloofde dat hij een systeem had ontdekt om winst uit het roulettespel te halen. Dit soort wensdenken zie je vaker bij gokkers. Natuurlijk, soms wint iemand een megaprijs. Maar bij een zuiver kansspel, zoals op een roulettetafel zonder afwijkingen, is winst altijd toevallig.

Per saldo kosten kansspelen gewoon een boel geld. Al onze loterijen, casino’s en aanbieders van sportweddenschappen en kansspelautomaten verdienen samen jaarlijks een dikke 2,5 miljard euro aan hun klanten. Een bedrag om over te wikken en te wegen, zou je zeggen. Maar dat doen gokkers liever niet. Hun liefde voor het spel gaat doorgaans samen met een gebrekkige kennis van statistiek en gedragswetenschap. Dat maakt ze vatbaar voor een aantal psychologische missers die onder kansspelers wijd zijn verbreid. Zo denken veel roulettespelers dat de kans op rood stijgt als de kogel al een aantal keren op zwart is gevallen. Deze misvatting heet het gokkersbedrog. In werkelijkheid is de kans op rood of zwart bij elke spelronde even groot, namelijk 18/37, al speel je door tot in de oneindigheid.

De roulettetafel betaalt niemand behalve degene die hem bezit. Toch komt een passie voor gokken veel voor, terwijl een passie voor het bezitten van roulettetafels ongekend is. George Bernard Shaw (1856-1950), Iers schrijver, criticus en Nobelprijswinnaar literatuur in 1925

Verder geloven vrijwel alle gokkers dat ze hun winkansen met rituelen kunnen beïnvloeden. Ze veronderstellen dus dat ze controle hebben over de uitkomst van een gok, terwijl dat bij een zuiver kansspel onmogelijk is. Gedragswetenschappers noemen dit de controle-illusie. Dit fenomeen uit zich in bijgeloof. Veel casino-bezoekers hebben een geluksgetal, een geluksinzetbedrag of een geluksritueel. Of ze dragen tijdens het spel hun geluksbril, -sierraad, -kledingstuk of -ondergoed. Dat het volgens hen werkt, verklaren psychologen uit de attributietheorie: Gokkers schrijven positieve uitkomsten graag toe aan zichzelf en negatieve aan andere factoren.

Talloze kansspelers geloven ook nog in de magische invloed van een ‘hot hand’, een hete hand. Dat is een hand die precies het juiste doet. Als iemand in een casino veel wint, denken omstanders dat deze zo’n ‘hete hand’ heeft: Hij weet hoe hij moet winnen! Daarom drommen casinobezoekers graag samen rond iemand die mazzel heeft. Dat hete hand-geloof heerst trouwens niet alleen onder gokkers. Ook beleggers verliezen er nogal eens geld door. Ze kiezen bijvoorbeeld een beleggingsfonds omdat de fondsbeheerder op televisie is geweest. Of ze volgen de tips van een beleggingsgoeroe, die ‘weet’ wat de effectenbeurzen gaan doen. Vaak komt zo’n hete hand-volger van een koude kermis thuis. En dat is logisch. Zijn beleggingsaanpak is te veel op casinobezoek gaan lijken.